Kerstverhaal
Associatief vertellen: de een ieder vult aan, waar de ander stopt.
Het aloude kerstverhaal wordt als basis genomen, maar:
• hoe komt daar de gevulde kalkoen ineens in,
• waarom sneeuwt het zo in de kerststal, op een plek op aarde waar het nooit koud is?
• wat zou het meisje met de zwavelstokjes wegdromen bij de Kerst-Allerhande met zijn overdaad aan luxe,
• hoezo kan Rudolf het rendier vliegen en
• waarom lijkt Sinterklaas zo op de Kerstman?
• en wat o wat als Jezus een tweelingzusje zou hebben gehad,
• waarom zijn teddyberen, toch al zo mallotig, ook nog eens verkleed als kerst?
• Wie zijn er voor, wie tegen het eten van konijn?
• Wat als Bambi een meisje was, en iets kreeg met Rudolf?
• Of wat als Bambi een jongen was en hetzelfde kreeg?
• Kerstcircus, wie was er ooit en het verhaal?
• Scrooge, Oliver Twist, Dickens, Sound of Music, al dat sentiment is dat ergens goed voor?

1 Kerst in het buurthuis Boerderij, Tanthof 2005
Het is kerstmarkt op de Boerderij, het buurthuis van Tanthof. Het lijkt me De Plek om te zijn voor de Tanthofse kerstgedachte, het ultieme kerstmenu voor 1e en 2e dag, de nieuwste trends in kerstbomenland, het familiegevoel. In een hoek achter het biljart start onze workshop Kerstrozen maken. En verhalen verzinnen. De Tanthoffers zijn wat onwennig en begrijpen het niet direkt. Brooddeeg kennen ze allemaal, er zijn al hele berenfamilies door mijn buurvrouw gekleid, ze doet er even een voor. Het zit nog helemaal in haar vingers, tot en met de gelukzalige zelfingenomen glimlach die er op de berenmuil verschijnt. Maar verhalen vertellen ho maar.
Ik zit met een kleine jongen, Nigel, die niet weet wat een kerststal is. Huh? Os, ezel, kribje? Er zijn 20 tafeltjes met kerstspul uitgestald, ik neem hem mee langs de kramen op zoek naar het Jezuskind, Maria, Jozef en de rest van de familie. Niet EEN! Een complete kerstmarkt vol pieken en ballen, 3D-kaarten, aangeklede kerstberen, lichtslangen, kerststukjes, lampjes en weet ik wat, en niet een piepklein Jezusje met z’n pa en ma. ‘Nee, vorig jaar had ik wel 32 kerststallen, en nog 17 nabestellingen,’ vertelt een dame met wel diverse tafereeltjes in omgekeerde bloempotten, ‘maar dat is dit jaar helemaal uit, nu is het meer winterwonderland, kijk zo, en engelentaferelen.’
Met plaksneeuw, kleine poppetjes, lampjes en veel geduld is er van alles te zien door het uitgefiguurzaagde gat in de bloempotten. Nigel interesseert zich niet meer voor die kerststal, hij valt helemaal voor de nieuwste trend, de engelen.
Ondertussen maak ik de balans op van het Tanthofse Kerstmenu. Het ziet er naar uit dat de kalkoen het gaat winnen dit jaar.

2 Hoe de kalkoen met kerst op tafel kwam.
Het valt niet wetenschappelijk te bewijzen, tenminste niet vanuit de locatie van waaruit dit verhaal ontstaat, maar er zijn sterke vermoedens dat de kalkoen ooit met Sinterklaas uit Turkije meegevaren is als proviand voor onderweg. Zo’n bootreis met een stoomboot duurt toch best lang, zeker in die dagen. Want we gaan er wel vanuit dat het zeker een eeuw geleden is dat de eerste kalkoen in het pannetje belandde.
En Sinterklaas en zijn pieten kunnen niet op mandarijnen, strooigoed en gevulde speculaas leven dus een stevig stuk gebraad na de gedane arbeid is altijd welkom. Nou wil het verhaal dat er een kalkoenpaartje ontsnapt is, toen de boot aanmeerde in de haven van Hoek van Holland, waar het welkomstcomité al klaarstond en de kinderen om het hardst zongen om aandacht. Toen nog zonder schunnige teksten trouwens, dat deed men vroeger niet. Men kwam hoogstens olijk uit de hoek met ‘deze kaas is zo oud als sinterklaas’ en dat was al heel gewaagd, zeker als er kleintjes in de buurt waren.
Maar goed, door al die herrie en opwinding zag het kalkoenpaartje de kans schoon en koelekoelekte snel de loopplank af, hun vrijheid tegemoet. En de kou, want zo uit hun dorp in Turkije de Hollandse winter in dat valt niet mee. En waar ga je dan naar toe? Waar vind je onderdak zonder papieren, zonder een woordje Nederlands, in je donsveren?
Hoe loopt het af?
Altijd Zielig natuurlijk, ze worden opgegeten, maar :
Of:
Het paartje heeft het maar enkele weken uitgehouden in Nederland, een heel zware tijd gehad. Ze trokken van deur naar deur, werden overal geweigerd. Ze zagen er vreemd uit, verwaarloosd, anders dan de dieren die we hier kennen, een ander soort. Ze werden uitgescholden, tenminste dat dachten ze want ze konden het niet verstaan, totdat ze bij een poelier aankwamen. Die stopte ze in een hok, zo klein dat ze er niet in konden keren, ze werden gedwongen eten te eten dat zo vies en vet was dat ze het elke keer weer uitspuugden, totdat ze de poelier het met een trechter naar binnen duwde, het was gruwelijk. Ze werden zo dik dat ze niet meer op hun poten konden staan. Dat hoefde ook niet, ze konden niet eens rechtop in hun hok. Zo zijn ze een heel ongelukkig aan hun eind gekomen, en het enige lichtpuntje was dat na hun dood mensen hun buikje vol gegeten hebben met compote, aardappelkroketjes en bavarois toe.
Of: ze kwamen na wat omzwervingen aan bij een boerderij, waar de boerin wel wat zag in de goed in het vel zittende reuzenkippen. Ze begon ze vol te stoppen met allerlei heerlijkheden, noten, kalfsgehakt, rozijnen, geweekt wittebrood, zuidvruchten. Het paartje zuchtte van genot, niet wetende wat er boven hun hoofd hing. Ze hadden een heerlijk warm vertrek, met stro en hooi waar ze een nest in maakten, er stond ook een oude os in de stal, en de ezel van de buren. En een hok met het grootste konijn dat ze ooit hadden gezien. Het konijn kreeg ook al van die smakelijke hapjes, alleen werd het elke dag door de kleine boerenzoon opgepakt om geknuffeld te worden. Daar hield eigenlijk niemand van, het zware konijn niet, het kreeg het benauwd met die druk op zijn volgepropte maag, de kalkoenen niet want die waren druk bezig met hun liefdesnest en werden alleen maar gestoord in hun paringsritueel en de boerenzoon moest ook altijd heel erg huilen, dus waarom deed hij het in ’s hemelsnaam als hij er zo verdrietig van werd?

3 In de biep:
Knorrig kerstgemopper

De Tip-Kerstspecial is helemaal beduimeld. Ik zit er een uur, en hij ligt bijna niet stil op de plank, iedereen pakt ‘m op.
Wat zou het meisje met de zwavelstokjes of Oliver Twist er graag aan gesnuffeld hebben. Of is het te erg om met niets in je maag te lezen over hoe gebraad uren in de oven moet garen, groenten in luciferdunne stokjes gehakt moeten worden en al die zaken die uren duren voordat je ze naar binnen kunt schuiven?
Toch is het nu ook nog zo dat er heel wat arme drommels best een 5gangen menu zouden willen wegwerken. Kerstpakketten bijvoorbeeld, zo oneerlijk verdeeld. De mensen die m krijgen snoeven er een beetje over, zijn er in ieder geval nooit tevreden mee. De mensen die er nog nooit een hebben gehad lijkt het een feest. Maar ja, die krijgen ‘m nooit, omdat ze niet bij een baas werken, helemaal niet betaald werken of wegbezuinigd. Mensen met een uitkering krijgen standaard geen kerstpakket. Er is natuurlijk de trend om je kerstpakket weg te geven. Daarover vertellen de kerstpakketmensen dan vaak, liefst maanden van tevoren. Ik vraag mij af wat er van terecht komt. Vaak is dat adresje waar je het pakket kan afleveren kwijt geraakt, of is het pakket al opengemaakt en ja, dan geef je het niet meer weg, dat staat stom.
Ikzelf heb nog nooit een kerstpakket mogen ontvangen op die manier, en ik zit toch al mijn hele leven in een uitkeringssituatie. Gek hè? Maar ik win ook nooit een loterij. En lootjes koop ik ook nooit. 4 Een gek kinderkerstverhaal
In de kerststal staan achterin 3 pannetjes, oude pannetjes die Maria gekregen heeft voor haar uitzet. Ze heeft ze meegesleept achterop de ezel. Ze staan zo net achter Maria.
In de eerste zit een konijn, een echt, levend konijn. In de tweede een kitten, een jong poesje dus en in de derde een chihuahua, zo’n klein hondje. Het konijn roept alsmaar: nee, geen Konijn, maar Tonijn moet je eten, dat is lekker op een toastje.
Het kleine poesje rent de hele tijd achter haar staart aan in de pan, en de chihuahua beweegt en trilt de hele tijd, het is hartstikke koud in de stal. Hoe kan dat nou, het is hier een subtropisch klimaat, en het sneeuwt al eeuwen. Dat komt vast door de ster van Bethlehem, die eigenlijk een meteoriet is die elk jaar weer komt overvliegen in deze dagen en zoveel stof de dampkring in stuurt dat het voor een plaatselijk broeikaseffect zorgt zodat het klimaat helemaal van slag is hier in de omgeving.

5 Verhaal van Djennet
In Suriname heb je geen Kerstman, wel een soort Sinterklaas, maar die heet Goedoe Pa, en de zwarte pieten zijn gewoon negers, niet zwartgeschminkt. Als ik aan deze Surinaamse Tanthofse vraag of dat niet pijnlijk is en discriminerend is, snapt ze niet waar ik het over heb. Het gaat toch om de cadeautjes? Dat team maakt alle kinderen vrolijk, wat maakt het dan uit wie er de baas is en wie de knecht?
Maar kerstmannen, daar doen ze niet aan. Ze hebben wel een ander soort dennenboom, een soort tropische, met langere naalden, en met veel engelenhaar zie je het verschil niet zo. Engelenhaar? Wat is dat? Een soort wit spul dat lijkt op spinrag, op glaswol. Het zal familie van elkaar zijn. Het is in ieder geval chemisch en waarschijnlijk ook erg giftig.
Verder was het in haar jeugd niet zo’n groot ding, er waren nooit veel cadeautjes en zij is moslim dus heeft andere dingen waar zij in gelooft. Wat veel meer indruk maakte als kind waren de ellenlange aubades met koninginnedag, waarbij ze als schoolkinderen met hun uniformpje en vlaggetje uren en uren langs de kant van de weg stonden, omdat de koningin een bezoek zou brengen. En zo vaak kwam ze helemaal niet, of stonden ze te wapperen met hun vlaggetjes en ging het om een afgezant, een oude heer of zo. Maar soms was het de echte koningin, een prachtige vrouw met prachtige kleren, heel groot en deftig. Ach vroeger kon je niet even bellen dat je wat later kwam, dus al die kinderen zaten te puffen en te stikken, met steeds slapper en zweteriger wordende vlaggetjes en kriebelige schooluniformpjes, in de stikhete zon.

6 Sint en Santa. Waarom de twee gezellige dikkerds zo op elkaar lijken…..
Heel lang geleden was er eens een vader en die had 2 zonen, een tweeling. Nou, eigenlijk had hij er nog meer, daar was ook Jan nog, en Piet, maar ik heb het over de twee jongsten van het stel, de eeneiige tweeling.
Ze heetten Klaas en Claus, omdat hij dol was op de Duitse taal. Ze leefden in een eenvoudige hut op de heide in Turkije, hadden het niet ruim. Dus toen de tweeling zich aandiende, en er twee extra monden te voeden waren, werd het wat teveel. Dus besloot de vader, in goed overleg met zijn vrouw om een van de jongens uit logeren te doen, of af te staan aan een oude tante in het hoge noorden, een oude vrijster die nooit aan de man was geraakt en dus ook nooit een kind had gekregen. Zo gezegd, zo gedaan, het kindje werd warm ingepakt in een van de grote bedsokken van pa, kreeg een slaapmuts op tegen de kou en daar gingen ze met de arrenslee, het barre noorden tegemoet. Zo is deze tweeling op vroege leeftijd al op hardhandige wijze van elkaar gescheiden.

Wie had ooit kunnen vermoeden dat er 2 wereldberoemdheden uit zouden voortkomen? Twee wintersterren, geliefd door iedereen. De ene zoon, Claus, had niet veel vertier daar in t hoge noorden. Een paar rendieren, wat noorderlicht en glühwein en daar hield het wel zon beetje mee op. Gelukkig had de oude peettante zoveel liefde en geduld met plant en dier dat zij hem veel bijbracht over de natuur. Alle soorten bomen leerde hij kennen, zijn lieveling de blauwspar. En de dieren, hij praatte er bijna mee, zo goed kende hij hun gedrag en gewoontes. Onder een luide aanmoediging hohohoho konden ze de raarste fratsen uithalen. En een handvol suikerklontjes natuurlijk, daar waren ze dol op. Hij trainde rendieren, totdat ze zo hoog en ver sprongen dat het leek alsof ze door de lucht vlogen. En als ze van een berg af kwamen rennen was dat zelfs zo voor een paar tellen. Daar maakte hij dan weer natuurfilmpjes van die hij in slowmotion afdraaide en zo is het verhaal de wereld in gekomen dat rendieren kunnen vliegen, zonder vleugels of apparaten, uren lang. Zijn tante stopte hem vol met heerlijkheden, als krentenbrood met spijs en spekvet, die ze liet stollen in de kou. Zo ontstonden broden die als basis dienden voor de kerststol.

De ander, Klaas, ging het religieuze pad op en schopte het tot bisschop. Hoewel hij ook een tiran was voor zijn zwarte medemens, die hij als knecht alle vieze klusjes liet opknappen, zoals door schoorstenen zakken, nachtwerk om alle gretige kinderen ieder jaar weer te voorzien van nog grotere cadeaus. Onder het mom van ‘er is maar een kapitein op t schip’ schafte hij een stoomboot aan en ging jaarlijks op pad.
Klaas was een echte handelsgeest, zat ook in de citrusbusiness in Spanje waar hij een levendige handel in dreef in mandarijnen, naast de paardenfok en aandelen in kapoenen (dat zijn gecastreerde hanen) maar vooral ook chocola. Hij had zelfs een patent op het maken van het alfabet in chocola. Dat vond gretig aftrek bij vooral de vrouwen. Hij boerde goed, was een creatief boekhouder ook. In plaats van belasting te betalen schreef hij allerlei zaken af, zoals cadeaus voor de armen, goede doelen en giften voor kinderen.

Maar nog steeds kan je zien dat het familie is. Sneeuwwitte baarden, dezelfde snorren, voorliefde voor kinderen, de kleuren rood en wit. En een groot hart. Gelukkig maar dat ze zich zo hebben kunnen ontplooien, dat er ruimte was voor allebei. En ook al hebben ze vaak onenigheid over wie er eerst aan de beurt is, ze zijn ook broers en broederschap, dat is het mooiste wat er is.